Op 1 januari begint een nieuw kalenderjaar. We behandelen die datum vaak alsof er ook in onszelf onmiddellijk iets nieuws moet beginnen. We maken goede voornemens, stellen nieuwe doelen en verwachten dat we na de feestdagen vol energie aan een ander leven kunnen bouwen.
Buiten zie je die plotselinge overgang nergens terug. De natuur bevindt zich midden in haar winterrust. Het licht is voorzichtig aan het terugkeren, maar onder de grond blijft het stil. Januari draagt de energie van bezinning en voorbereiding en het duurt nog lang voordat de eerste groei en bloei weer zullen verschijnen.
Daarom passen goede voornemens helemaal niet goed bij 1 januari. Voordat je besluit wat je gaat doen, mag je eerst ontdekken waar je werkelijk naar verlangt. De Twaalf Heilige Nachten bieden daar een bijzonder moment voor.

Wat zijn de Twaalf Heilige Nachten?
De Twaalf Heilige Nachten vormen een periode rond de overgang van het oude naar het nieuwe jaar. Ze worden ook wel Rooknachten, Ruwe Nachten of Rauhnächte genoemd. In veel tradities lopen ze van Kerstmis tot Driekoningen, al bestaan er verschillende manieren van tellen. Sommige beginnen bij de winterzonnewende (de kortste dag van het jaar), andere op kerstavond of Eerste Kerstdag.
Een veelgenoemde verklaring voor het getal twaalf ligt in het verschil tussen het zonnejaar en een jaar van twaalf maanmaanden. Toen men overging op een zonnekalender, bleven er ongeveer elf dagen en twaalf nachten over. Deze nachten werden gezien als een periode buiten de gewone tijd, waarin het oude jaar al voorbij was en het nieuwe nog niet volledig was begonnen. De precieze historische oorsprong is moeilijk terug te herleiden; volksgebruiken, voorchristelijke verhalen en de christelijke kersttijd zijn in de loop van eeuwen met elkaar verweven geraakt.
Rond deze nachten ontstonden verhalen over Wodans Wilde Jacht, Vrouw Perchta en geesten die door het donker trokken. Mensen maakten lawaai om kwade machten op afstand te houden, brandden kruiden om hun huizen te reinigen en probeerden voortekenen voor het komende jaar te herkennen. Dromen, symbolen en vormen van divinatie kregen in deze periode extra betekenis.
Achter al die verschillende gebruiken ligt steeds dezelfde kern: dit is een overgangstijd. Het oude is nog dichtbij, terwijl het nieuwe zich voorzichtig aandient.

Een reis naar binnen en weer naar buiten
De donkerste tijd van het jaar nodigt uit om naar binnen te keren. Letterlijk, omdat we meer tijd binnenshuis doorbrengen, maar ook in onszelf. De stilte in de natuur creëert ruimte om terug te kijken op wat het afgelopen jaar heeft gebracht.
Wat wil je achterlaten? Welke ervaring vraagt nog aandacht? Wat hebben pijnlijke ervaringen je geleerd over wat voor jou werkelijk belangrijk is? Wie ben je wanneer je even niet kijkt naar je planning, je rollen en alles wat je van jezelf moet?
In de eerste nachten van de twaalf nachten ligt de nadruk daarom op afsluiten, verstillen en terugkeren naar je kern. Je hoeft nog geen antwoord te hebben op de vraag wat je volgend jaar gaat doen. Eerst mag je voelen wat klaar is en wat je achter je mag laten.
Daarna verandert de beweging langzaam. Vanuit de stilte ontstaat ruimte om weer te luisteren naar wat jou voedt. Je merkt waar je lichaam een duidelijke ‘ja’ laat voelen, welke beelden terugkeren in je dromen en welk verlangen al langer aan de deur klopt.
Dat verlangen hoeft nog geen doel te worden. Het mag eerst de ruimte krijgen. Je hoeft nog niet te weten hoe je het gaat bereiken of welke stappen ervoor nodig zijn. Juist door het niet onmiddellijk om te zetten in een plan of concreet in te vullen, krijgt het de kans om in jezelf te gaan leven.
Waarom goede voornemens vaak verdwijnen
Veel goede voornemens ontstaan vanuit ons hoofd. We kijken naar wat beter, gezonder of productiever zou moeten en maken daar een plan bij. Op 1 januari proberen we vervolgens van de ene op de andere dag anders te leven.
Een kalenderdatum zorgt alleen niet vanzelf voor een innerlijke verandering. Oude patronen verdwijnen niet doordat er een nieuw jaartal in de agenda staat. Een verlangen dat nog nauwelijks doorvoeld is, kan moeilijk richting geven aan alles wat nodig is om er werkelijk naar te gaan leven.
De natuur begint evenmin op één dag opnieuw. Na de winterzonnewende keert het licht heel geleidelijk terug. Onder de aarde bereidt het nieuwe leven zich voor, terwijl er aan de oppervlakte nog weinig te zien is. Alles ligt nog stil te wachten. Pas later ontstaat de beweging naar buiten.
De Twaalf Heilige Nachten volgen datzelfde ritme. Eerst zak je naar binnen. Daarna krijgt je verlangen langzaam vorm. In januari mag het verder rijpen. En wanneer het voorjaar begint, ontstaat vanzelf meer ruimte om ermee naar buiten te komen en stappen te zetten.
Waarom echte begeleiding verschil maakt
Je kunt zelf een kaars aansteken, een kaart trekken of een vraag in je dagboek beantwoorden. Zo’n moment kan waardevol zijn en iets aanraken wat al langer in je leeft.
Werkelijke verandering vraagt meestal meer dan één inzicht. Een ervaring heeft tijd nodig om door te werken. De ene vraag opent iets waarop een volgende vraag kan voortbouwen. Door gedurende meerdere dagen terug te keren naar dezelfde innerlijke beweging, ontstaat samenhang. Wat eerst alleen een gedachte was, kan steeds meer gevoeld en geleefd worden.
Daarom geloof ik in echte begeleiding. Iemand die je meeneemt in een zorgvuldig opgebouwde reis, helpt je om niet meteen naar oplossingen te springen en nodigt je uit om ook te blijven wanneer het stil, ongemakkelijk of onduidelijk wordt. Je hoeft zelf niet voortdurend te bedenken wat de volgende stap moet zijn, maar mag telkens aanhaken.
Binnen het programma van Jaarrond begint die begeleiding met een live seizoenscollege. Daarin plaats ik de Twaalf Heilige Nachten in het grotere ritme van de natuur en het jaar. Vervolgens ontvang je iedere ochtend een mail met een korte video, een reflectie en een oefening. De dagen staan niet los van elkaar. Samen vormen ze een beweging van afsluiten en loslaten naar voelen, verlangen en voorzichtig vooruitkijken.
Tien minuten per dag kan al voldoende zijn om bij die beweging aanwezig te blijven. De herhaling en opbouw zorgen ervoor dat je niet alleen de Twaalf Heilige Nachten begrijpt, maar ze daadwerkelijk beleeft.

Mijn reis door de winter
Leven met de seizoenen heeft mijn verhouding tot de winter langzaam veranderd. Jarenlang zag ik in het najaar al op tegen het donker en mijn afnemende energie. Ik probeerde mezelf met discipline, vitamines en positieve gedachten in hetzelfde tempo te laten doorgaan.
Door de winter jaar na jaar bewuster te beleven, ontdekte ik wat mijn weerstand me probeerde te laten zien. De winter leerde me dat een periode met minder zichtbare beweging niet leeg of nutteloos is. Juist wanneer er aan de buitenkant weinig lijkt te gebeuren, kunnen ervaringen bezinken, ontstaat er ruimte voor innerlijke rust en krijgen verlangens de tijd om vorm te vinden voordat ze een plan hoeven te worden.
Ik leerde vertragen en landen in de stilte. En die ervaring wil ik deelnemers aan de Twaalf Heilige Nachten ook meegeven.
Samen door de Twaalf Heilige Nachten
Vorig jaar beleefden meer dan tachtig deelnemers deze periode via Jaarrond. Ook dit jaar begeleid ik de reis langs de Twaalf Heilige Nachten opnieuw.
We beginnen op 19 december met een live online seizoenscollege. Vanaf 24 december ontvang je dertien dagen lang een mail met video’s, reflecties en oefeningen. Op 6 januari ronden we de periode samen af.
Zo begint het nieuwe jaar met luisteren naar wat er werkelijk in jou leeft. De stappen volgen later, wanneer ook de natuur weer langzaam naar buiten beweegt.